Een belangrijke karaktereigenschap van de inheemse bevolking van Gran Canaria was hun grote liefde voor sporten, waarvan er nog steeds veel worden beoefend in de moderne tijd.Zoals Canarisch worstelen (lucha canaria), die in zijn beoefening gekarakteriseerd wordt door de adel, waarde en kunstvaardigheid. Deze voorouderlijke sport, en Latijns zeilen, zijn de meest populaire autochtone sporten, met de meeste navolgers op het eiland. Toch zijn er ook andere autochtone sporten die de rijkheid en variatie van de traditie laten zien die het Canarische volk gegeven is. Bijvoorbeeld, het spel van de stok (juego del palo), vechten met de stok (la lucha del garrote) en stokspringen (salto del palo). Deze disciplines laten zien dat de oorspronkelijke Canarische bewoners het met grote bekwaamheid hanteren van stokken en palen gebruikten om tegen hun tegenstanders te vechten.Of andere sporten waarbij kracht en bedrevenheid komen kijken zoals, ploegtillen (levantamiento de arado), handbal (pelotamano), de Canarische bal (la bola canaria), het slepen van het vee (el arrastre del ganado) en het tillen en duwen van de steen (levantamiento y pulseo de piedra) allen prachtig om te zien, en een ingewortelde populaire traditie.

Historische verhalen spreken al over de beoefening van Canarisch worstelen in het tijdperk van de oorspronkelijke Canarische volken, die deze gebruikten om huiselijke-, of conflicten aangaande stukken land te niet te doen. Deze sport vindt plaats in een cirkel van zand, genoemd “terrero”. Twee worstelaars proberen aan de hand van geforceerde bewegingen, tegenaanvallen en handigheid elkaar te verslaan. Het gevecht is teneinde zodra één van de worstelaars met welk deel van zijn lichaam dan ook het zand raakt, met uitzondering van de voeten.Een tastbaar bewijs van adel die deze inheemse sport karakteriseert en, die de eerste kroniekschrijvers en buitenlanders, die getuige waren van deze sport, altijd heeft verrast is het gebaar van de winnaar die met uitstekende hand de verliezer helpt op te staan en hem, na een omhelzing, terug begeleidt naar zijn plaats.
De typische kleding van Canarisch worstelen bestaat uit een lange, tot op de dij opgestroopte broek, waar de tegenstander zich aan vast grijpt. Een hemd dat onder het middel hangt maakt het tenue kompleet. Ze gebruiken geen schoenen. Deze inheemse sport wordt georganiseerd door de federatie van Canarisch worstelen, die is gesticht in 1943, en wordt op Gran Canaria vertegenwoordigt door de eilandfederatie van Canarisch worstelen.


Latijns zeilen (Vela Latina)
“Vela Latina” of Canarisch Latijnse zeilwedstrijden zijn op Gran Canaria net zo populair. De exacte oorsprong van deze sport is onbekend, maar er zijn onderzoekers die bevestigen dat de inheemse bevolking boten van hout construeerde. Deze specifieke manier van navigeren bestaat uit de competitie van vaartuigen die herkenbaar zijn aan driehoekige zeilen en aan het onevenredig formaat van het zeil in verhouding met de romp. Feitelijk, het vaartuig meet 6,55 meter scheepslengte, 2,37 meter breed en 1,35 meter diep. Deze kleine proporties staan in schril kontrast met de grote omvang van het zeil, wat schommelt tussen de 12 en 13,5 meter.Deze wanverhouding betekent dat het vaartuig niet drijvende gehouden kan worden zonder de spitsvondigheid van de bemanning, door het gewicht te verplaatsen wordt het vaartuig bestuurd.
Het Canarisch Latijns zeilen wordt beoefend aan de kust van de hoofdstad Las Palmas van april tot en met oktober, om zo te profiteren van de passaatwinden, en heeft veel navolgers onder de Canarische bevolking. Net zoals bij het Canarisch worstelen wordt ook het Canarisch Latijns zeilen gseeorganierd door een federatie.
Andere autochtone sporten;
Salto del pastor (de herders sprong)
Levantamiento y pulseo de la piedra (tillen en duwen van de steen)
Levantamiento del arado (ploegtillen)
Juego del palo (het spel van de stok)
Lucha del Garrote (stok vechten)
Arrastre de Ganado (het slepen van vee)