De lange stok is altijd een zeer nuttig werktuig voor de Canarische herders geweest. Hij werd gebruikt om op te steunen al ze zich moesten verplaatsen in moeilijk begaanbare gebieden of als verdediging als de omstandigheden dit vereisten.
Het doel van dit gevecht is de tegenstander te overwinnen zonder hem pijn te doen. Opvallend aan deze sport zijn de bijzondere enganches (techniek om de stok van de tegenstander te immobiliseren), de revoleadas (openingsaanval creëren) en de zapatas en trabas om de tegenstander omver te werpen. Ook bijzonder zijn de wijze waarop de stokvechters recht tegenover elkaar staan en het gebruik van een stevige en grote lange stok, die vaak net zo lang is als degene die hem hanteert of een kwart langer. Deze tak van sport kenmerkt zich echter niet door de afmetingen van de stokken, maar door de wijze waarop ze gehanteerd en bewogen worden.
Het tactische principe bestaat uit het beschermen van het lichaam terwijl tegelijkertijd aangevallen wordt, waardoor het lichaam recht tegenover de tegenstander gehouden moet worden. Dat is namelijk de meest stabiele en veilige houding, waardoor de vechter zich achter de stok kan beschermen en tegelijkertijd beide uiteinden van de stok kan gebruiken om aan te vallen. Twee van deze kenmerkende bewegingen heten braceo en mudar las manos.