Ir a la Home
Ir a la Home
.

Noordelijke route

De route in 360º

De noordelijke route kan onderverdeeld worden in twee routebeschrijvingen: de eerste loopt door de gemeentes in het binnenland en de tweede loopt langs de kust. In beide gevallen kun je als vertrekpunt vanuit de hoofdstad de Autovía Marítima nemen, ter hoogte van het strand Las Alcaravaneras, dan door de Julio Luengo tunnels,  die overgaan in de Autovía del Norte. Wanneer je als bezoeker vanuit het zuiden van het eiland komt, is de nieuwe rondweg van.

Las Palmas de Gran Canaria de snelste weg. In slechts 10 minuten ben je via de Autopista GC-1, ter hoogte van Barrio de Jinámar, bij de afslag Norte (noord) van Las Palmas de Gran Canaria, zonder dat je door de hoofdstad hoeft.

ROUTEBESCHRIJVING VIA HET BINNENLAND

Arucas - Firgas - Moya - Valleseco - Teror

Deze weg langs de kust begint aan het eind van de tunnels, met aan je rechterhand het Auditorium Alfredo Kraus, tot aan de afslag naar de stad Arucas, in het uiterste noorden van Gran Canaria. Arucas is een prachtige stad in negentiende-eeuwse stijl waar talrijke traditionele bewerkte stenen gevels te vinden zijn. In de gemeente zijn er vindplaatsen van blauw steenhouwerwerk en is er een ambachtelijke traditie van meester steenhouwers waarvan de meeste voorbeelden te vinden zijn in de San Juan Bautista parochie, opgericht in 1909. Het betreft een kerk in neogotische Catalaanse stijl met prachtige bewerkte 30 meter hoge torens en pinakels. De kerk weerspiegelt de ijver en de religieuze aard van de inwoners van Arucas tijdens de economische bloei van de gemeente vanaf de laatste 25 jaar van de negentiende eeuw tot aan het gouden tijdperk van de bananenteelt, die nog steeds een belangrijke rol speelt in het hele gebied.

In het centrum van de stad, verfraaid met prachtige bloemen en een overdaad aan siersteen, vinden we naast andere historische gebouwen la Casa del Mayorazgo,  waar het Museo Municipal (Gemeentemuseum) gevestigd is.

In Arucas ligt ook de tuin Las Hespérides. Hier staat een negentiende-eeuws paleisje in Franse neoklassieke stijl. In de tuin staan een honderdtal Australische palmbomen,  drakenbloedbomen, een reuze paddestoel en een echte koningspalm van 30 meter hoog en er is een meertje vol waterlelies. Het is een plaats waar de inwoners volop van hun vrije tijd kunnen genieten.

Vanaf de Mirador op de Montaña (berg) de Arucas waar een restaurant staat, heb je een schitterend uitzicht op de vier windstreken van het eiland. Opvallend is de bebouwde vlakte, waar het groen van de bananenplantages steeds verder verdwijnt en de hoge schoorsteen van het gebouw van de rum distilleerderij (Ron Arehucas) en die van de Heredad de Regantes bovenuit torenen.

Op enkele kilometers ligt de pittoreske stad Firgas die vooral bekend is vanwege  het beroemde medicinale mineraalwater dat uit de Barranco de las Madres komt. Het is de moeite waard een wandeling door de stadskern te maken en een bezoek te brengen aan de San Roque kerk  gebouwd op de ruïnes van de eerste Kapel San Juan Ortega (1502).

Firgas is in de volksmond bekend vanwege het prachtige ambachtelijke houtsnijwerk, zoals jukken, ploegen, grote kisten en balkons.

Vlakbij Firgas vinden we de stad Moya, hooggelegen tussen diepe ravijnen. Vlakbij Moya ligt het Bosque de Los Tiles, een laurierboombos dat ten tijde van de verovering het brede ravijn dat Moya van Firgas scheidde bedekte en dat doorliep tot de gemeenten Valleseco en Teror. Tegenover de kerk van Moya, van waaraf je het indrukwekkende ravijn met glooiingen en steile wanden kunt aanschouwen, bevindt zich het museum van de dichter Tomás Morales. Als je een bezoek brengt aan Moya,  kun je niet weggaan zonder  eerst de speciale koekjes ‘bizcochos lustrados’, een van de lievelingslekkernijen van de eilandbewoner, te kopen.

Meer naar het binnenland van het eiland, maar op enkele kilometers van Moya, ligt Valleseco. Ondanks de ietwat ironische naam, Droge Vallei, worden hier de hoogste regenmeter waardes per jaar gemeten van het hele eiland. In deze gemeente ligt de Laguna de Valleseco, een zoetwater plas die onlangs nog drastisch, milieutechnisch gezien, gerestaureerd is. Gedurende de winter komen hier trekvogels, zoals de kleine zilverreiger. Vlakbij de plas ligt een kastanjebomenbos en een recreatiegebied.

Vanaf  Valleseco is het de moeite waard enkele kilometers van de route af te wijken om de honderden schitterende Canarische pijnbomen in het gebied, bekend als Los Pinos de Gáldar, te bekijken. Deze prachtige exemplaren groeien op de westhelling van een recente vulkaanberg, bekend als “La Caldera de los Pinos de Gáldar”. Het is een vulkaan met een spectaculaire krater in de vorm van een omgekeerde kegel. Ter afsluiting van deze route gaan we naar Teror.

In Teror is het religieuze karakter van het eiland gericht op la Virgen del Pino, beschermheilige van Gran Canaria, duidelijk merkbaar. De Basiliek werd gebouwd in de zeventiende eeuw, hoewel er nog een achthoekige toren in gotische stijl bewaard is gebleven uit de tijd vlak na de Verovering aan het eind van de vijftiende eeuw. Hier wordt het beeld van de Virgen, een houtsnijwerk uit de vijftiende eeuw, dat toebehoort aan de Escuela Sevillana, vereerd. 

De stad ligt strategisch in een dal tussen bergen en verbindt het noorden en het centrum van het eiland. Opvallend is de mooie Canarische architectuur van de huizen met ambachtelijke balkons van bewerkte houten fakkels langs de geplaveide straten. Elke zondag komen er honderden bezoekers naar Teror voor de populaire markt om de beroemde chorizo en morcilla (bloedworst) en ambachtelijke zoete lekkernijen gemaakt door de nonnen uit het Monasterio Císter  (klooster) te kopen.

Op 8 september wordt op het eiland het feest van de beschermheiligen gevierd, Festividad de Nuestra Señora del Pino. Duizenden pelgrims uit alle gemeenten van het eiland bieden tijdens een massaal volksfeest hun beste producten van het land aan de Virgen aan. Op deze feestdag kunnen in Teror alle traditionele klederdrachten van de Archipel aanschouwd worden.

ROUTEBESCHRIJVING VIA DE KUST

Santa María de Guía- Gáldar -Agaete

De tweede routebeschrijving van de Noordelijke route heeft hetzelfde vertrekpunt als de vorige route. Vanuit Las Palmas de Gran Canaria bezoeken we langs de hele kustlijn de noordwestelijke streek, waaronder de gemeenten Santa María de Guía, Gáldar en Agaete.

Enkele kilometers na het begin van het parcours, moet je even stoppen aan de kust van San Felipe, waar je de beste verse vis van Gran Canaria kunt eten.

Bij Pagador, voorbij het kilometerpunt waar de weg naar Moya loopt, loopt een grote brug over de Barranco de Silva, de hoogste van het land en de op een na hoogste van Europa. Aan je linkerhand, wanneer je de oude weg neemt, kom je bij het klooster Cenobio de Valerón (tijdelijk gesloten wegens restauratie), in de gemeente Santa María de Guía. De graanopslagplaats werd gebruikt door de vroegere bewoners om de oogsten van het eiland te bewaren. Op de graansilo’s werden traditionele en typische “pintaderas” aangetroffen. Dit zijn lemen zegels die onder andere ongetwijfeld tot doel hadden om de eigenaren van de graansilo’s te identificeren.

Aan de andere kant van de brug ‘Puente de Silva’ ligt de stad Santa María Guía, op 37 kilometer van Las Palmas de Gran Canaria. Opvallend hier is de Parochie met talrijke houtsnijwerken van de maker van heiligenbeelden Luján Pérez uit Santa María de Guía. Van deze maker bevindt zich een oneindig aantal exemplaren, gemaakt tussen eind achttiende eeuw en begin negentiende eeuw, verspreid over het hele eiland.

In deze gemeente moet je echt even stoppen om de zogenoemde ‘bloemkazen’ te proeven. Deze kaas wordt gemaakt van schapenmelk, gestremd met de bloem van de wilde distel. Twee kilometer verderop ligt Gáldar, residentie van de Guartanemes of koningen van het eiland, met talrijke archeologische vindplaatsen die aantonen hoe dichtbevolkt dit gebied in de Préhispaanse tijd was. Het bekendste monument is de Cueva Pintada (beschilderde grot), die vorige eeuw ontdekt is en binnenkort voor het publiek geopend wordt.  Rondom de Cueva Pintada doemt op het plein tegenover de kerk beetje bij beetje de naburige oude nederzetting op van wat eens het paleis van de voormalige koningen was. Het is bekend dat de stenen van de muren, later gebruikt voor de bouw van de kerk, perfect gesneden en droog op elkaar gezet waren, zonder enige vorm van specie.

Vlakbij het Playa del Agujero in Gáldar, bevinden zich de resten van een nederzetting van de primitieve bewoners van Gran Canaria. Deze nederzetting vormt de grootste concentratie inheemse huizen en grafheuvels van het eiland. Ook ligt  hier een begraafplaats waar enkele van de belangrijkste grafheuvels van Gran Canaria bewaard zijn gebleven.

Van Gáldar leidt de autoweg ons naar de historische plaats Agaete waar het dennenbos Pinar de Tamadaba ligt, bovenop de majestueuze puntige stenen rotsen en duizelingwekkende klippen aan de zeekant ter hoogte van de  haven Puerto de las Nieves. Hier vlakbij ligt ook de rots die Dedo de Dios (vinger van God) genoemd wordt. De haven Las Nieves was een van de weinige toegangswegen tot deze kant van het eiland. Vandaag de dag is er een ferry lijndienst van Puerto de las Nieves naar Santa Cruz de Tenerife. Toch is Agaete niet alleen maar zee. In augustus is de stadskern het toneel van het Fiesta de la Rama (feest van de tak), een oud ritueel, waarbij de regengoden aangeroepen werden. Het feest bestaat uit een dans die van’s ochtends vroeg tot de volgende middag duurt en waarbij duizenden dansers vanuit de bergen naar de kapel Ermita de Nuestra Señora de las Nieves trekken met hun armen vol boomtakken tot  ze uiteindelijk bij de zee aankomen. De kapel Ermita de las Nieves bezit het artistieke juweel uit de zestiende eeuw, het Vlaamse drieluik van de Maagd, beschermheilige van de plaatselijke zeelieden. Het middelste schilderij van het drieluik vertegenwoordigt de Maagd Maria met het kindje Jezus.

In Agaete bevindt zich ook het Huerto de las Flores (bloementuin), waar oneindig veel Amerikaanse boomsoorten groeien. Het subtropische klimaat in de vallei is gunstig voor het verbouwen van onder andere de koffiestruik, guave vruchten, mango’s en avocado’s.

Agaete is een traditionele plaats voor het eten van gerechten die met verse vis bereid zijn, waaronder in het bijzonder vissoep (caldo de pescado).



Copyright © 2007 Patronaat voor Toerisme van Gran Canaria. Alle rechten voorbehouden.
:: Juridische informatie ::