Santa Brígida - San Mateo - Tejeda - Artenara
De voorgaande routebeschrijvingen lopen langs de kust van Gran Canaria met enkele uitstapjes naar steden en dorpen in het binnenland. Blijft over het centraal berggebied daaromheen.






De gekozen route om daar te komen vertrekt rechtstreeks vanuit Las Palmas de Gran Canaria.
Als het vertrekpunt de hoofdstad van het eiland is, moet je de Autovía del Centro, die tussen de wijken Vegueta en Triana doorloopt, nemen. Na ongeveer vijf kilometer zie je het Campus Universitario van Tafira en vlak daarna, de Jardín Canario (Canarische tuin), waar de flora van het eiland en van het gebied Macaronesia rijkelijk aanwezig is. De Jardín Canario, die je ook kunt bezoeken, is een botanisch onderzoekscentrum gericht op de herbebossing.
Voor de bezoeker die vanuit het zuiden van eiland komt, is de toegang tot de weg naar het binnenland van het eiland eenvoudiger geworden, omdat je niet meer eerst de hoofdstad in hoeft, maar de nieuwe rondweg van Las Palmas de Gran Canaria kunt nemen, ter hoogte van Jinámar. In slechts vijf minuten ben je in het binnenland: Tafira Alta en Monte Lentiscal.
Wanneer je verder rijdt over de autoweg gaat deze over in tweerichtingsverkeer. Na ongeveer vier kilometer, voorbij Tafira Alta, ligt de berg Monte Letiscal. Hiervandaan begint een tweede zijweg naar de top van de Caldera de Bandama, een brede vulkanische krater die een prachtige uitzicht over het eiland biedt. Aan de voet van Bandama ligt het terrein van de Real Club de Golf de Las Palmas, die al meer dan honderd jaar bestaat en de oudste club van Spanje is.
De volgende stop nadat je weer op de autoweg bent, is de historische stad Santa Brígida. Deze stad wordt gekarakteriseerd door een lieflijk landschap. prachtige palmbomen, Canarische architectuur en een rustige sfeer. De Casa del Vino de Gran Canaria is een referentiepunt voor het proeven en promoten van wijnen van het eiland geworden. In het nabij liggende Caldera de Hoya Bravo vind je een schitterend exemplaar van de drakenbloedboom (Dracanea draco), een goed ontwikkelde en prachtige uitziende soort. In de weekeinden is er in Santa Brígida een markt met producten en bloemen uit de streek, net als in San Mateo, de volgende gemeente op de route door het binnenland.
Ook San Mateo begint de sfeer van een typisch bergstadje in het binnenland uit te stralen. De mensen leven van de landbouw en de veeteelt en de weekends is het er gezellig druk met de populaire markt, een van de belangrijkste van het eiland, waar de beroemde San Mateo kaas verkocht wordt.

Wanneer je steeds verder naar boven gaat, verandert de omgeving in verschillende landschappen die de drie belangrijkste lagen van het eiland vormen en bepaald worden door de hoogte en de ligging. De bergen worden steiler, er volgen bossen in het midden en daarna pijnboombossen tot je bij de Parador de Tejada komt, vanaf waar je de rots Roque Nublo ziet liggen, emblematisch symbool van Gran Canaria, die bijna net zo hoog is als de Pico del Pozo de Las Nieves, het hoogste punt van het eiland (1.949 meter).




In dit zelfde gebied, lopen vanaf de Parador de Tejado de oude wegen die gebruikt werden door de oorspronkelijke bewoners en daarna door de veroveraars en bewoners. Deze wegen zijn onlangs gerestaureerd om ze toegankelijk te maken voor bergbeklimmers. Bovendien kun je zo alle flora en fauna op de top bewonderen. In dit gebied bevindt zich ook het Centro de Interpretación de Degollada Becerra van waaraf je een spectaculair uitzicht hebt op de Caldera de Tejada, de omliggende klippen en de talrijke geomorfologische en antropische elementen die dit landschap bepalen en zo bijzonder maken. In het genoemde Centrum is een expositie over de belangrijkste natuurlijke en culturele kenmerken uit het midwesten van het eiland en er is documentatiemateriaal en folders om bezoekers te informeren en de weg te wijzen.
Vanaf de Parador kun je naar het dorp Tejada lopen. Dit dorp is met name bekend om zijn delicatessen gebaseerd op amandelen. Een andere weg loopt naar Artenara, een gemeente die op het hoogste gedeelte van het eiland ligt, omringd door pijnbomen. Vanaf deze hoogte kun je via de noordhelling via Fontanales richting Moya of naar Teror, Arucas en de kust. Je kunt naar Telde via de weg die om de Caldera de Los Marteles loopt. De cirkelvormige pan heeft een platte bodem met een diameter van ongeveer 550 meter en wanden die gemiddeld 80 meter hoog zijn. La Caldera is een krater met een bijzondere vulkanische vorm die tijdens het Quartair is ontstaan.
Je kunt ook naar de toeristische urbanisaties in het zuiden gaan. Hiervoor neem je de weg naar Fataga, die eindigt in Maspalomas.

Het dennenbos, de stuwdammen Chira en Las Niñas, die eruit zien als aangelegde meren, of de bochtige wegen, die continu uitzicht geven op weer nieuwe landschappen, of het nu de rode grond van Firgas is of de “versteende storm” die Miguel de Unamuno in Tejada zag, maken het eiland alleen nog maar verleidelijker, welke richting je van hieruit ook kiest om verder te gaan.