Gran Canaria
Gran Canaria
Gastronomie

Santa Lucía

Het beste gebak en heel veel tomaten

Santa Lucía heeft een spectaculair binnenland, een kuststrook met groeiende economische activiteiten waar steeds meer mensen naartoe trekken en nieuwe generaties zich vestigen. Dat is Santa Lucía heel in het kort. Maar er is veel meer over het dorp te vertellen en dan vooral over het eten en drinken - van de lokale gerechten tot de producten van het vruchtbare land.

Je kunt in de prachtige omgeving van het binnenland van Santa Lucía wandelen en dan een stop maken in het dorp om de traditionele gerechten in de restaurants te proeven of om fruit te kopen, zoals sinaasappels of olijven. In de gezellige en drukbezochte kustplaats Vecindario vind je ook een breed culinair aanbod - van restaurants tot banketbakkers, waaronder een van de beroemdste banketbakkerijen van de Canarische Eilanden: Neketan, waar je beslist heen moet als je van zoet houdt. Verder speelt fruit in deze gemeente een hoofdrol. Van oudsher zijn dat sinaasappels en olijven, terwijl voor de moderne tomatenteelt de nieuwste technologie wordt gebruikt. Maar ook de kazen zijn de moeite waard, want de herders in het dorp maakten van oudsher al heerlijke kazen.

De olijvensoort 'verdial de Huévar' werd kort na de Spaanse verovering vanaf het Iberisch schiereiland op Gran Canaria geïntroduceerd en groeit inmiddels al eeuwenlang in de hele zuidoosthoek van het eiland. Deze olijf wordt door de bewoners dan ook als een lokale soort gezien. In de buurt van het dorp Santa Lucía bevindt zich ook een van de oudste nog bewaard gebleven olijfpersen (uit de negentiende eeuw). De olijfpers van El Valle is een prachtig voorbeeld van traditionele industriële architectuur en is in 2007 tot cultureel erfgoed verklaard.

In het gebouw dat naast een maïsmolen is gebouwd werd de olieslagerij opgezet, die volgens de oudste tekeningen bestond uit een molen met twee persen waarbij “het gewicht werd overgebracht naar een zak van palmbladeren die op een basis van steen lag. De druk perste de olie uit die vervolgens in een schaal werd opgevangen”, staat te lezen in een project om de geschiedenis van de Canarische Eilanden digitaal vast te leggen. Het project gaat uit van de universiteit van Las Palmas de Gran Canaria.

De olijvenproductie raakte in de twintigste eeuw in het slop, maar tegenwoordig is olijfolie weer een gewaardeerd en veelgevraagd product in de hele regio en veel restaurants serveren ook de olijfolie van het eiland. Een traditie die nooit verloren is gegaan, is het conserveren van olijven in een vinaigrette met knoflook - in het Canarisch Spaans mojo genoemd.

Één van de winkeltjes in Ingenio, een buurtschap in de gemeente Santa Lucía was aan het eind van de vorige eeuw beroemd om zijn olijven. Het winkeltje van Flora Vélez López was een echt dorpswinkeltje waar van alles te koop was - van brood, fruit en conserven in blik tot hoeden, bezems van palmbladeren en uiteraard olijven. Op de binnenplaats van haar winkel aan huis, in de schaduw van de eeuwenoude olijfbomen lag in de pluktijd (de herfst) altijd een enorme berg olijven. Die werden zorgvuldig uitgezocht, de te kleine exemplaren, bladeren en takjes werden weggegooid. Daarna werden de olijven geconserveerd in grote glazen potten.

De tijd heeft niet stilgestaan en de olijven worden nu geconserveerd in de moderne olieslagerijen, maar het proces is niet veel veranderd. Dat is wel anders bij de tomatenteelt, waarbij zowel de productie als de verwerking en verpakking een grote ontwikkeling hebben doorgemaakt. Zo wordt dit kwaliteitsproduct ook naar het vasteland van Europa geëxporteerd.

De tomaten groeien in de modernste kassen in tunnelvorm. Een elektronisch regelsysteem zorgt ervoor dat de tomaten 14 tot 18 maal per dag water krijgen en zorgt ook voor een gelijkmatige vochtigheidsgraad door als dat nodig is sprinklers aan te zetten. De belangrijkste producenten maken ook gebruik van ecologische teelt - in plaats van bestrijdingsmiddelen worden planten en insecten ingezet om allerlei plagen te bestrijden. De insecten Cyrtopeltis tenuis en Orius albidipennis worden ingezet tegen de witvlieg en er worden inheemse bijen (Bombus canariensis) ingezet voor de bestuiving van de bloemen.

Meer informatie

Wij gebruiken cookies om u beter van dienst te kunnen zijn. Door van onze diensten gebruik te maken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Als u verder gaat, gaan wij ervan uit dat u akkoord gaat met het gebruik hiervan.